Categorieën
Sfeerimpressie

Vroeger

Bart zocht oogcontact met de vrouw die van het belangrijkste in zijn leven, verwaterd was naar een haast onwerkelijke herinnering. Hij wist nog hoe ze op haar pen kauwde wanneer ze in kleermakerszit bovenop haar bed studeerde. Waarover ze praatten of hoe ze vreeën, wist hij niet meer. Niet meer in detail althans.

Zij praatte steeds meer en hij steeds minder. Daar ergens ging het mis. Zij maakte haar studie af en kreeg werk op een notariskantoor. Hij stopte met zijn studie en werd ontslagen bij het telecombedrijf waarvoor hij klanten moest zien te werven. Hij rolde het gezamenlijke bed in, net voor zij eruit moest.

“Je ziet er goed uit, Jessica,” loog hij, want ze was dik geworden, gehuld in een illusieloze outfit, wallen onder haar ogen, een wantrouwige oogopslag. Ze besteedde erg veel tijd aan het wegstoppen van haar autosleutels in haar handtas.

“Hoe gaat ie?”
“Goed, met jou?”

Nu al droogde de woordenstroom op. Toen was er ruzie over geld, herinnerde hij zich. Als zij geld wilde laten rollen, voelde hij zich schuldig omdat hij amper kon bijdragen, en zij wilde steeds maar een goed gesprek over het geld dat hij in de kroeg liet rollen.

“Toms vrouw zag er gebroken uit, vond je ook niet?”

Jessica knikte. Ze bekeek het dienblad vol koppen koffie wat vagelijk hun kant uit kwam.

“Wil jij ook?” vroeg ze, en ze haastte zich richting ober.

“Ik moest op de rouwkaart kijken om me haar naam te herinneren,” sprak Jessica, nadat ze van melk en suiker voorzien was, nadat ze Bart had meegetroond naar een tafeltje waar ze konden staan. Bart vertelde kort over de paar keer dat hij Tom dit jaar gezien had, zijn vrouw rondscharrelend in en om het huis.

“Ze waren best gek op elkaar,” zei Bart. “Ik was daar wel eens jaloers op…”

Jessica keek hem aan. De voor de hand liggende vraag stelde ze niet.

“Ik moet eigenlijk even roken,” zei ze. “Het was best een lange zit.”

Bart sloeg haar gade, haar hele lijf in beweging terwijl ze in haar handtas zocht, eerst naar een pakje sigaretten, vervolgens naar een aansteker. De manier waarop ze rommelde, wekte niet de indruk dat binnenin de zaken op orde waren.

“Heeft Tom nog iets tegen je gezegd,” vroeg ze onverhoeds. “Voordat hij…. voor het ongeluk?”

“Niets bijzonders, dacht ik,” antwoordde hij. “Waarom zou hij iets specifieks tegen me gezegd moeten hebben?”

“Misschien omdat hij het aan zag komen,” vond Jessica. “Dat hoor je wel eens, dat mensen hun einde voorvoelen.”

“Niet Tom,” sprak Bart, overdreven beslist. “Tom zat vol plannen. Hij wilde de marathon van New York lopen. Hij wilde op safari. Nog duizend dingen wilde hij. Wel gek dat zijn vrouw juist zo weinig ondernemingslustig was.”

“Mensen groeien soms uit elkaar,” sprak Jessica. Ze hield haar sigaret omklemd. Ze leek vooral daaraan te denken.

Zeg dat wel, dacht Bart, in de tuin, verzeild geraakt in zijn meest vertrouwde gezelschap, de mannen met wie hij nu wielrende in plaats van naar de kroeg te gaan. Tom zou er niet langer bij zijn. Nooit meer de tempobeul op kop tegen de wind in. Niet meer zijn aanstekelijke lach. Toegegeven, ook nooit meer naar te jonge meisjes kijken.

“Wat een stresskip is het geworden,” zei hij, kijkend over Cornalds schouder naar hoe ze rookte. Cornald volgde zijn blik maar half. Lex liet geen onderbreking toe in zijn sterke verhaal over bitcoins. Bart zette zijn gezicht in lachstand en luisterde mee.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *