Categorieën
Schrijven Sfeerimpressie

Lockdown

Onder een grauw wolkendek verhief het brugdek zich boven het wegdek. De knipperlichten op de neergelaten slagbomen overstraalden het daglicht. De wind blies golfjes in het grijze water van het kanaal, leeg zover het oog strekte, op dat ene binnenvaartschip na waarop het wachten was.

De ene wachtende fietser zette zijn bidon aan zijn mond. In de ene wachtende auto werd de muziek keihard gezet. André Hazes. In een discotheek zat ik van de week.

Direct na deze nacht ben jij van mij zwiepten de slagbomen uitnodigend omhoog. De auto gaf alle gas die er in zat en liet zand en banden knarsen voor hij loeiend wegspoot de brug over. Dat moet opgelucht hebben, dacht de fietser terwijl ook hij zich in gang zette.  

Categorieën
Sfeerimpressie

Vroeger

Bart zocht oogcontact met de vrouw die van het belangrijkste in zijn leven, verwaterd was naar een haast onwerkelijke herinnering. Hij wist nog hoe ze op haar pen kauwde wanneer ze in kleermakerszit bovenop haar bed studeerde. Waarover ze praatten of hoe ze vreeën, wist hij niet meer. Niet meer in detail althans.

Zij praatte steeds meer en hij steeds minder. Daar ergens ging het mis. Zij maakte haar studie af en kreeg werk op een notariskantoor. Hij stopte met zijn studie en werd ontslagen bij het telecombedrijf waarvoor hij klanten moest zien te werven. Hij rolde het gezamenlijke bed in, net voor zij eruit moest.

“Je ziet er goed uit, Jessica,” loog hij, want ze was dik geworden, gehuld in een illusieloze outfit, wallen onder haar ogen, een wantrouwige oogopslag. Ze besteedde erg veel tijd aan het wegstoppen van haar autosleutels in haar handtas.

“Hoe gaat ie?”
“Goed, met jou?”

Nu al droogde de woordenstroom op. Toen was er ruzie over geld, herinnerde hij zich. Als zij geld wilde laten rollen, voelde hij zich schuldig omdat hij amper kon bijdragen, en zij wilde steeds maar een goed gesprek over het geld dat hij in de kroeg liet rollen.

“Toms vrouw zag er gebroken uit, vond je ook niet?”

Jessica knikte. Ze bekeek het dienblad vol koppen koffie wat vagelijk hun kant uit kwam.

“Wil jij ook?” vroeg ze, en ze haastte zich richting ober.

“Ik moest op de rouwkaart kijken om me haar naam te herinneren,” sprak Jessica, nadat ze van melk en suiker voorzien was, nadat ze Bart had meegetroond naar een tafeltje waar ze konden staan. Bart vertelde kort over de paar keer dat hij Tom dit jaar gezien had, zijn vrouw rondscharrelend in en om het huis.

“Ze waren best gek op elkaar,” zei Bart. “Ik was daar wel eens jaloers op…”

Jessica keek hem aan. De voor de hand liggende vraag stelde ze niet.

“Ik moet eigenlijk even roken,” zei ze. “Het was best een lange zit.”

Bart sloeg haar gade, haar hele lijf in beweging terwijl ze in haar handtas zocht, eerst naar een pakje sigaretten, vervolgens naar een aansteker. De manier waarop ze rommelde, wekte niet de indruk dat binnenin de zaken op orde waren.

“Heeft Tom nog iets tegen je gezegd,” vroeg ze onverhoeds. “Voordat hij…. voor het ongeluk?”

“Niets bijzonders, dacht ik,” antwoordde hij. “Waarom zou hij iets specifieks tegen me gezegd moeten hebben?”

“Misschien omdat hij het aan zag komen,” vond Jessica. “Dat hoor je wel eens, dat mensen hun einde voorvoelen.”

“Niet Tom,” sprak Bart, overdreven beslist. “Tom zat vol plannen. Hij wilde de marathon van New York lopen. Hij wilde op safari. Nog duizend dingen wilde hij. Wel gek dat zijn vrouw juist zo weinig ondernemingslustig was.”

“Mensen groeien soms uit elkaar,” sprak Jessica. Ze hield haar sigaret omklemd. Ze leek vooral daaraan te denken.

Zeg dat wel, dacht Bart, in de tuin, verzeild geraakt in zijn meest vertrouwde gezelschap, de mannen met wie hij nu wielrende in plaats van naar de kroeg te gaan. Tom zou er niet langer bij zijn. Nooit meer de tempobeul op kop tegen de wind in. Niet meer zijn aanstekelijke lach. Toegegeven, ook nooit meer naar te jonge meisjes kijken.

“Wat een stresskip is het geworden,” zei hij, kijkend over Cornalds schouder naar hoe ze rookte. Cornald volgde zijn blik maar half. Lex liet geen onderbreking toe in zijn sterke verhaal over bitcoins. Bart zette zijn gezicht in lachstand en luisterde mee.

Categorieën
Schrijven Sfeerimpressie

Forens

Ruben wachtte tot de mensen die haast hadden zichzelf naar binnen gewrongen hadden. Daarna klonk de schrille toon die het dichtklappen van de deur aankondigde en daarna stapte hij in. De plek waar hij het liefste stond, was vrij, buiten bereik van de deur en niet in contact met de mensen die bij de paal in het midden van het gangpad een lus vasthielden. Knokkels wit. Hij leunde met zijn rug tegen de wand en omhelsde zijn tas voor zijn buik. Wel wat maar niet veel overtollige kilo’s. De metro raasde de donkerte van zijn tunnel in. Ruben liet zijn ogen dwalen langs zij die zaten. Drie meisjes die meer bovenop dan naast elkaar zaten, onafgebroken ratelend terwijl ze elkaar kleurige schermpjes toonden. Een jongeman met getrimd baardje, zijn gezichtsuitdrukking verscholen achter zijn hoodie, een grote tas tussen zijn voeten. Twee elegant geklede, opgemaakte vrouwen die jurkjes geshopt hadden en nu geurtjes uitprobeerden op armen die niet zo lang geleden ergens zon hadden gezien. Pal daarnaast twee vrouwen met ook een tas vol kleren, hun ogen vermoeid van de dag en hun bolle, grove wangen vermoeid van het leven.

Ruben hield van toeschouwer zijn. Hij hield zelfs van het gevoel er niet bij te horen. Een gevoel dat hij regelmatig had, ook in andere situaties dan in de metro op weg naar huis. De eerste helft van zijn leven had in het teken gestaan van vechten tegen dat gevoel, van ondernemingen om dat gevoel op te heffen, of het er dan toch tenminste onder te krijgen. Het was hem niet gelukt, maar wel was hij verzoend geraakt met zijn plaats langs de zijlijn. Het kon hem niet langer schelen, de aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat hij nooit in het brandpunt van de belangstelling zou komen te staan, zoals bijvoorbeeld de jongen in hippiekleren met hipsterbaard, met een sprong ingestapt op Levendael. Met een glimlach waarin iets heiligs blonk, bracht hij zijn gitaar in positie, en met opvallend veel ogen gericht op zijn in kunstlicht lijkbleke gezicht, sloeg hij akkoorden aan en begon te zingen. Toen Ruben het lied herkende, kreeg hij het even warm. Het was een lied wat hij vroeger vaak draaide. Hij prevelde een stukje tekst mee:

The downtown trains are full
Full of all them Brooklyn girls
They try so hard to break out of their little worlds

Helaas, al zong de jongen opvallend luid, hij zong ook vals, met een hinderlijk sterk accent en een atypisch hoge stem, vergeleken met die van de originele vertolker. Bijna niemand keek nog of zong mee toen hij met meer overgave dan techniek Will I see you tonight on a downtown train? eruit gooide. Vervolgens brak hij het nummer met een onnatuurlijk slotakkoord af, nam zijn pet af en ging rond met zijn meest ontwapenende lach. Geen vetpot, dacht Ruben, toen de deuren op Zuiderkade openklapten en de tot boven zijn schouder omhooggestoken gitaar van de jongen in een drukke massa verdween.

Ruben zakte behoedzaam neer tussen een jongeman die druk in de weer was met zijn mobiel en een vrouw van ongeveer zijn leeftijd, die hem een lach schonk alsof ze oprecht blij was hem te zien, maar vervolgens ook verzonk in haar schermpje. Bijna iedereen om hem heen had nergens anders oog voor dan zijn of haar schermpje. Ruben spotte een man, strak in het pak maar wilde piekharen, die voor zich uitstaarde met een zweem van een  glimlach, alsof hij een goede dag op z’n werk had gehad. Of misschien bedacht hij manieren om de liefde van zijn leven ten huwelijk te vragen. Een vrouw met geblondeerde haren las een boek. Ondanks dat de titel van het kaft werd geschreeuwd, was het te ver weg voor Ruben om te kunnen ontcijferen. Hij moest toch echt eens langs de opticien nu.

Elke avond koos hij iemand uit op wie hij zou kunnen vallen, als hij niet al voorzien was natuurlijk, en als hij zo’n avontuur zou aandurven, zou durven dromen dat het wederzijds was. De blondine was deze keer de winnares. Direct nadat hij dit in stilte wereldkundig had gemaakt, keek ze op, schoot van haar plek en liep naar de deur. Ze beantwoordde zijn blik, met ogen die iets hadden wat Ruben lief vond, maar echt enthousiasme ontbrak. Het aantal mensen dat op het perron wegliep, was inmiddels groter dan het aantal mensen dat achterbleef, nog even verder moest. De metro kwam schuddend bovengronds, links van het spoor donkere portiekwoningen, rechts auto’s en stoplichten, met verlichte winkelruiten aan de overkant, de groenteboer, een telefoonwinkel, wasserette, supermarkt. Overal liepen mensen waarvan je kon zien dat ze haast hadden, ondanks dat de metro veel sneller bewoog. Meteen na die gedachte remde de lange, verlichte slurf af bij het voorlaatste station en Rubens eindpunt.

Hij stopte zijn handen diep in zijn zakken toen hij het perron betrad. Zijn adem vormde wolkjes in de van donkerblauw naar zwart verkleurende avondlucht. Terwijl hij zichzelf in gang zette richting uitgang, dacht hij nog eens terug aan de blondine. De herinnering aan het stuk rank been wat hem passeerde toen ze uitstapte, tussen rok en laarzen in maillot verpakt, wond hem op. Hij ergerde zich aan zijn eigen verlangen. Hij vond het misplaatst en buitensporig om zo lang terug te denken aan een willekeurige passant. Alsof de gedachte dat hij die vrouw nogmaals zou ontmoeten en dat ze dan met elkaar mee zouden gaan, ook maar enigszins realistisch was.

Ruben lachte hardop, voor hij als laatste van een paar reizigers de straat en een stoplicht bereikte. Hij dacht aan de vrouw met wie hij samenwoonde. Hij verlangde naar haar kus, haar aanhankelijk warme lijf. Hij verheugde zich op de boerenkool die ze hem eerder vanmiddag via een appje beloofd had.

Tom Waits – Downtown Train